kattenkruid
zelfstandig naamwoord ˈkɑtə(n)ˌkrœytBetekenis
- een soort kruid waarvan de naam is ontstaan vanwege de graagte waarmee katten zich erin ophouden
Hoe spreek je kattenkruid uit?
/ˈkɑtənˌkrœyt/
Kattenkruid bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| r | rood |
| œy | huis |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- benaming voor planten uit het geslacht Nepeta
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kattekruid | |
| kattenkruidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kattenkruidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kat zn en kruid zn met het invoegsel -en- , omdat het voor katten als een roesmiddel werkt
Woordfamilie van kattenkruid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kattekruid | neuter | kattenkruid |
| kattenkruidje | verkleinwoord | kattenkruid |
| kattenkruidjes | verkleinwoord meervoud | kattenkruid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kattenkruid zijn vastgelegd.