Naar de inhoud

uitbeelden

in beeld voorstellen

uitbeelden

werkwoord ˈœydbeldə(n)

Betekenis

  1. in beeld voorstellen

Hoe spreek je uitbeelden uit?

/ˈœydbeldən/

Uitbeelden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœydbeldən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
d dak
b bak
e veel
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van uitbeelden

uitbeeldenhele werkwoord — beeldde uitverleden tijd enkelvoud — beeldden uitverleden tijd meervoud — uitgebeeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beeld uit beeldde uit
jij beeldt uit beeldde uit
hij, zij, het beeldt uit beeldde uit
wij beelden uit beeldden uit
jullie beelden uit beeldden uit
zij beelden uit beeldden uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
beeld uit gebiedende wijs
beeldde uit verleden tijd
ben uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgebeeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgebeeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgebeeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgebeeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgebeeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgebeeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgebeeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgebeeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgebeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgebeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgebeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgebeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgebeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgebeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgebeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgebeeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgebeeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitbeelden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te beelden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen beelden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal beelden bijzin, toekomende tijd
uit zou beelden bijzin, voorwaardelijk
uit zouden beelden bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt beelden bijzin, voorwaardelijk
uit zullen beelden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen beelden bijzin, toekomende tijd
uit zult beelden bijzin, toekomende tijd
uitbeeld bijzin, tegenwoordige tijd
uitbeeldde bijzin, verleden tijd
uitbeeldden bijzin, verleden tijd
uitbeeldend onvoltooid, deelwoord
uitbeeldt bijzin, tegenwoordige tijd
uitgebeeld verleden tijd, deelwoord
uitgebeeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgebeeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgebeeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgebeeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgebeeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgebeeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgebeeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgebeeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgebeeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgebeeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart uitgebeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgebeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgebeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgebeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgebeeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgebeeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgebeeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgebeeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitbeelden bijzin, toekomende tijd
zal uitgebeeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgebeeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgebeeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgebeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgebeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgebeeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgebeeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgebeeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitbeelden bijzin, voorwaardelijk
zou uitgebeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgebeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgebeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgebeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgebeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgebeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgebeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgebeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgebeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) uitbeelden uit zou(dt) beelden bijzin, voorwaardelijk
zouden uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitbeelden bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgebeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgebeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgebeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgebeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgebeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgebeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgebeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgebeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgebeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitbeelden bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgebeeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgebeeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgebeeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen uitbeelden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitbeelden bijzin, toekomende tijd
zullen uitgebeeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgebeeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgebeeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgebeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgebeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgebeeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgebeeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgebeeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgebeeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult uitbeelden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit bw en beelden (verouderd werkwoord)

Woordfamilie van uitbeelden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beeld uit gebiedende wijs uitbeelden
beeldde uit verleden tijd uitbeelden
beeldden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitbeelden
beelde uit woordvorm uitbeelden
beelden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitbeelden
beeldt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitbeelden
uitbeeld subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitbeelden
uitbeeldde subordinate-clause, verleden tijd uitbeelden
uitbeeldden subordinate-clause, verleden tijd uitbeelden
uitbeelde with-subordinate-clause uitbeelden
uitbeeldend onvoltooid deelwoord uitbeelden
uitbeeldende woordvorm uitbeelden
uitbeeldt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitbeelden
uitgebeeld voltooid deelwoord uitbeelden
uitgebeelde woordvorm uitbeelden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitbeelden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitbeelden

Hoe spreek je uitbeelden uit?
De uitspraak van uitbeelden is: /ˈœydbeldə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent uitbeelden?
Uitbeelden is een werkwoord. Het woord betekent: in beeld voorstellen.
Hoe vervoeg je uitbeelden?
Je vervoegt uitbeelden als volgt: het voltooid deelwoord is uitgebeeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitbeelden is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. B 3
  5. E 1
  6. E 1
  7. L 3
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitbeelden levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. B 4
  5. E 1
  6. E 1
  7. L 3
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitbeelden in het kort

uitbeelden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van uitbeelden zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitbeelden bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitbeelden: in beeld voorstellen
Deel uitbeelden — standaardnederlands.nl