achteruit
zelfstandig naamwoord, bijwoord ˌɑxtəˈrœytBetekenis
- een versnelling die een mechaniek in achterwaartse richting doet teruglopen
- naar achteren gericht, in achterwaartse richting
- in ongunstige richting.
Hoe spreek je achteruit uit?
/ˌɑxtəˈrœyt/
Achteruit bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| œy | huis |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- deel achter in iets; achterdeur
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achteruiten | meervoud |
| achteruitje | verkleinwoord, enkelvoud |
| achteruitjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van achter en uit
Woordfamilie van achteruit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achteruiten | meervoud | achteruit |
| achteruitje | verkleinwoord | achteruit |
| achteruitjes | verkleinwoord meervoud | achteruit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achteruit zijn vastgelegd.