Naar de inhoud

uitblijven

ondanks alle verwachting niet optreden

uitblijven

werkwoord

Betekenis

  1. ondanks alle verwachting niet optreden
  2. tweede betekenisomschrijving.
  3. enz.

Vervoeging van uitblijven

uitblijvenhele werkwoord — bleef uitverleden tijd enkelvoud — bleven uitverleden tijd meervoud — uitgeblevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blijf uit bleef uit
jij blijft uit bleef uit
hij, zij, het blijft uit bleef uit
wij blijven uit bleven uit
jullie blijven uit bleven uit
zij blijven uit bleven uit
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben uitgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bleef uit verleden tijd
blijf uit gebiedende wijs
ev. gebiedende wijs
is uitgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn uitgebleven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitblijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te blijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen blijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal blijven bijzin, toekomende tijd
uit zou blijven bijzin, voorwaardelijk
uit zouden blijven bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt blijven bijzin, voorwaardelijk
uit zullen blijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen blijven bijzin, toekomende tijd
uit zult blijven bijzin, toekomende tijd
uitbleef bijzin, verleden tijd
uitbleven bijzin, verleden tijd
uitblijf bijzin, tegenwoordige tijd
uitblijft bijzin, tegenwoordige tijd
uitblijvend onvoltooid, deelwoord
uitgebleven verleden tijd, deelwoord
uitgebleven te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgebleven zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart uitgebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgebleven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgebleven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgebleven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgebleven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgebleven voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitblijven bijzin, toekomende tijd
zal uitgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn uitgebleven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn uitgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgebleven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitblijven bijzin, voorwaardelijk
zou uitgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) uitblijven uit zou(dt) blijven bijzin, voorwaardelijk
zouden uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitblijven bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitblijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgebleven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen uitblijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitblijven bijzin, toekomende tijd
zullen uitgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult uitblijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult uitblijven bijzin, toekomende tijd
zult uitgebleven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal uitblijven uit zult/zal blijven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van uit bw en blijven ww

Woordfamilie van uitblijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bleef uit verleden tijd uitblijven
bleven uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitblijven
blijf uit gebiedende wijs uitblijven
blijft uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitblijven
blijve uit woordvorm uitblijven
blijven uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitblijven
uitbleef subordinate-clause, verleden tijd uitblijven
uitbleven subordinate-clause, verleden tijd uitblijven
uitblijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitblijven
uitblijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitblijven
uitblijve with-subordinate-clause uitblijven
uitblijvend onvoltooid deelwoord uitblijven
uitblijvende woordvorm uitblijven
uitgebleven voltooid deelwoord uitblijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitblijven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uitblijven

Wat betekent uitblijven?
Uitblijven is een werkwoord. Het woord betekent: ondanks alle verwachting niet optreden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uitblijven?
Je vervoegt uitblijven als volgt: het voltooid deelwoord is uitgebleven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitblijven is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. B 3
  5. L 3
  6. I 1
  7. J 4
  8. V 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitblijven levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. B 4
  5. L 3
  6. I 2
  7. J 4
  8. V 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 25 zonder bonus
  12. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitblijven in het kort

uitblijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uitblijven zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uitblijven bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uitblijven: ondanks alle verwachting niet optreden
Deel uitblijven — standaardnederlands.nl