uitbazuinen
werkwoordBetekenis
- bij iedere gelegenheid bekend maken, luidkeels verkondigen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van uitbazuinen
uitbazuinenhele werkwoord — bazuinde uitverleden tijd enkelvoud — bazuinden uitverleden tijd meervoud — uitgebazuindvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bazuin uit | bazuinde uit |
| jij | bazuint uit | bazuinde uit |
| hij, zij, het | bazuint uit | bazuinde uit |
| wij | bazuinen uit | bazuinden uit |
| jullie | bazuinen uit | bazuinden uit |
| zij | bazuinen uit | bazuinden uit |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bazuin uit | gebiedende wijs |
| bazuinde uit | verleden tijd |
| ben uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is uitgebazuind | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was uitgebazuind | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd uitgebazuind | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt uitgebazuind | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal uitgebazuind worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal uitgebazuind zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou uitgebazuind worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou uitgebazuind zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgebazuind | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben uitgebazuind | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen uitbazuinen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit te bazuinen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uit te zullen bazuinen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit zal bazuinen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zou bazuinen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zouden bazuinen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zoudt bazuinen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zullen bazuinen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uit zullen bazuinen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zult bazuinen | bijzin, toekomende tijd |
| uitbazuin | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitbazuinde | bijzin, verleden tijd |
| uitbazuinden | bijzin, verleden tijd |
| uitbazuinend | onvoltooid, deelwoord |
| uitbazuint | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitgebazuind | verleden tijd, deelwoord |
| uitgebazuind te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgebazuind te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgebazuind te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgebazuind te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgebazuind te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgebazuind worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgebazuind zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgebazuind zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgebazuind zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgebazuind zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was uitgebazuind | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt uitgebazuind | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal uitbazuinen | bijzin, toekomende tijd |
| zal uitgebazuind hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgebazuind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal uitgebazuind hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitgebazuind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgebazuind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal uitgebazuind zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgebazuind zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt uitgebazuind | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou uitbazuinen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou uitgebazuind hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgebazuind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgebazuind hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitgebazuind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgebazuind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou uitgebazuind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgebazuind zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgebazuind zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgebazuind zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) uitbazuinen uit zou(dt) bazuinen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden uitbazuinen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uitgebazuind hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgebazuind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgebazuind hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgebazuind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitgebazuind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitgebazuind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgebazuind zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgebazuind zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgebazuind zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt uitbazuinen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt uitgebazuind hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgebazuind worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgebazuind zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen uitbazuinen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen uitbazuinen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen uitgebazuind hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgebazuind hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgebazuind hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgebazuind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitgebazuind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitgebazuind worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgebazuind zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgebazuind zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgebazuind zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult uitbazuinen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van uit bw en bazuinen ww
Woordfamilie van uitbazuinen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bazuin uit | gebiedende wijs | uitbazuinen |
| bazuinde uit | verleden tijd | uitbazuinen |
| bazuinden uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | uitbazuinen |
| bazuine uit | woordvorm | uitbazuinen |
| bazuinen uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | uitbazuinen |
| bazuint uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | uitbazuinen |
| uitbazuin | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitbazuinen |
| uitbazuinde | subordinate-clause, verleden tijd | uitbazuinen |
| uitbazuinden | subordinate-clause, verleden tijd | uitbazuinen |
| uitbazuine | with-subordinate-clause | uitbazuinen |
| uitbazuinend | onvoltooid deelwoord | uitbazuinen |
| uitbazuinende | woordvorm | uitbazuinen |
| uitbazuint | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitbazuinen |
| uitgebazuind | voltooid deelwoord | uitbazuinen |
| uitgebazuinde | woordvorm | uitbazuinen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitbazuinen zijn vastgelegd.