schroothandelaar
zelfstandig naamwoord ˈsxrothɑndəˌlarBetekenis
- iemand die afgedankte metalen voorwerpen koopt en ze sorteert en bewerkt om ze aan smelterijen te verkopen
Hoe spreek je schroothandelaar uit?
/ˈsxrothɑndəˌlar/
Schroothandelaar bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| o | boot |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schroothandelaars | meervoud |
| schroothandelaren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van schroot zn en handelaar zn
Woordfamilie van schroothandelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schroothandelaars | meervoud | schroothandelaar |
| schroothandelaren | meervoud | schroothandelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schroothandelaar zijn vastgelegd.