schrikken
werkwoord ˈsxrɪkə(n)Betekenis
- een schokkende verrassing ondergaan, schrik krijgen
- schrik geven, alarmeren
- een (achterwaartse) beweging in de lengterichting ondergaan
Hoe spreek je schrikken uit?
/ˈsxrɪkən/
Schrikken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- een achterwaartse beweging in de lengterichting maken ergative
- een schokkender ervaring bezorgen, alarmeren transitive
- na het koken snel met koud water laten afkoelen transitive
Vervoeging van schrikken
schrikkenhele werkwoord — geschriktvoltooid deelwoord
Herkomst
van Middelnederlands scricken "met grote passen lopen", in de betekenis van ‘ontstellen’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van schrikken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschrikt | voltooid deelwoord | schrikken |
| geschrikte | woordvorm | schrikken |
| geschrokken | voltooid deelwoord | schrikken |
| schrikke | woordvorm | schrikken |
| schrikkend | woordvorm | schrikken |
| schrikkende | woordvorm | schrikken |
| schrikt | woordvorm | schrikken |
| schrikte | verleden tijd | schrikken |
| schrikten | woordvorm | schrikken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schrikken zijn vastgelegd.