regel
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈreɣəɫ/Betekenis
- een zin in een tekst
- een vers in een gedicht
- een voorschrift, richtlijn, norm, standaard
- een houten lat of rib van een bepaalde afmeting
Hoe spreek je regel uit?
/ˈrexəl/
Regel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een horizontaal stuk tekst op een bladzijde
- een vers in een gedicht, versregel
- afspraak; regeling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| regelen | meervoud |
| regels | meervoud |
| regeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| regeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van regelen
- gebiedende wijs van regelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van regelen
Vervoeging van regel
regelhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘lijn’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Woordfamilie van regel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| regeltje | verkleinwoord | regel |
| regeltjes | verkleinwoord meervoud | regel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van regel zijn vastgelegd.