ooievaarsbek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de bek van een ooievaar
- een plantengeslacht uit de Ooievaarsbekfamilie
zelfstandig naamwoord — masculine
- snavel van een ooievaar, Ciconia ciconia
- benaming voor planten uit het geslacht Geranium uit de Ooievaarsbekfamilie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ooievaarsbekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ooievaarsbekjes | verkleinwoord, meervoud |
| ooievaarsbekken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ooievaar zn en bek zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van ooievaarsbek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ooievaarsbekje | verkleinwoord | ooievaarsbek |
| ooievaarsbekjes | verkleinwoord meervoud | ooievaarsbek |
| ooievaarsbekken | meervoud | ooievaarsbek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ooievaarsbek zijn vastgelegd.