bojaar
zelfstandig naamwoord bo'jarBetekenis
- adellijk grootgrondbezitter in de Slavische landen vanaf de 10e eeuw tot de revoluties
Hoe spreek je bojaar uit?
/boˈjar/
Bojaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| j | ja |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bojaren | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Russisch, in de betekenis van ‘adellijke grootgrondbezitter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Woordfamilie van bojaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bojaren | meervoud | bojaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bojaar zijn vastgelegd.