zwijn
zelfstandig naamwoord, werkwoord zwɛinBetekenis
- een varken
- een viezerik
Hoe spreek je zwijn uit?
/zwɛin/
Zwijn bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| ɛi | trein |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord — neuter
- benaming voor zoogdieren uit de familie Suidae, waarvan de mannetjes slagtanden hebben
- iemand die zich vies, onbeschaafd of zeer slecht gedraagt figuratively, pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwijnen | meervoud |
| zwijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwijnen
- gebiedende wijs van zwijnen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwijnen
Vervoeging van zwijn
zwijnhele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands swijn van Oudnederlands swin, in de betekenis van ‘hoefdier’ als deel van een plaatsnaam aangetroffen vanaf de 10e eeuw
Woordfamilie van zwijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwijntjes | verkleinwoord meervoud | zwijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwijn zijn vastgelegd.