rozijn
zelfstandig naamwoord roˈzɛinBetekenis
- een gedroogde druif
Hoe spreek je rozijn uit?
/roˈzɛin/
Rozijn bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| o | boot |
| z | zon |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaalde variant van de druivenplant, Vitis vinifera, met kleine vruchtjes
- kleine gedroogde vruchtjes van Vitis vinifera
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rozijnen | meervoud |
| rozijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rozijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands rosine en Picardisch rosin van Oudfrans resin "druif", in de betekenis van ‘gedroogde druif’ voor het eerst aangetroffen in 1288
Woordfamilie van rozijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rozijnen | meervoud | rozijn |
| rozijntje | verkleinwoord | rozijn |
| rozijntjes | verkleinwoord meervoud | rozijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rozijn zijn vastgelegd.