rozemarijn
zelfstandig naamwoord ˌrozəmaˈrɛinBetekenis
- worden gebruikt om gerechten te kruiden
- worden gebruikt als geurstof
Hoe spreek je rozemarijn uit?
/ˌrozəmaˈrɛin/
Rozemarijn bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| o | boot |
| z | zon |
| ə | de |
| m | maan |
| a | maan |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort vaste plant (dwergstruik), Rosmarinus officinalis uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
- de, verse of gedroogde, bladen van Rosmarinus officinalis worden gebruikt om gerechten te kruiden
- takjes van Rosmarinus officinalis worden gebruikt als geurstof
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rozemarijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rozemarijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘heester’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1515
Woordfamilie van rozemarijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rozemarijntje | verkleinwoord | rozemarijn |
| rozemarijntjes | verkleinwoord meervoud | rozemarijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rozemarijn zijn vastgelegd.