magazijn
zelfstandig naamwoord ˌmaɣaˈzɛinBetekenis
- opslagplaats voor grote hoeveelheden goederen in winkels, fabrieken e.d
- winkel met groot assortiment
- ruimte in een vuurwapen om meerdere patronen tegelijkertijd in op te bergen
Hoe spreek je magazijn uit?
/ˌmaxaˈzɛin/
Magazijn bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| x | acht |
| z | zon |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| magazijnen | meervoud |
| magazijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| magazijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van magasin, in de betekenis van ‘bergplaats’ aangetroffen vanaf 1588
Woordfamilie van magazijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| magazijnen | meervoud | magazijn |
| magazijntje | verkleinwoord | magazijn |
| magazijntjes | verkleinwoord meervoud | magazijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van magazijn zijn vastgelegd.