bobijn
zelfstandig naamwoord, werkwoord boˈbɛinBetekenis
- cilinder waar draad omheen gewonden zit
- een cilinder waar film omheen gewonden zit
Hoe spreek je bobijn uit?
/boˈbɛin/
Bobijn bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bobijnen | meervoud |
| bobijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bobijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bobijnen
- gebiedende wijs van bobijnen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bobijnen
Vervoeging van bobijn
bobijnhele werkwoord
Herkomst
van Frans bobine "klos"
Woordfamilie van bobijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bobijntje | verkleinwoord | bobijn |
| bobijntjes | verkleinwoord meervoud | bobijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bobijn zijn vastgelegd.