kozijn
zelfstandig naamwoord koˈzɛinBetekenis
- rand van een raam of deur waar de ruit of de deur in gevat is
- zoon van oom of tante
Hoe spreek je kozijn uit?
/koˈzɛin/
Kozijn bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| z | zon |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kozijnen | meervoud |
| kozijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kozijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kozijns | meervoud |
| kozijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kozijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordfamilie van kozijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kozijnen | meervoud | kozijn |
| kozijns | meervoud | kozijn |
| kozijntje | verkleinwoord | kozijn |
| kozijntjes | verkleinwoord meervoud | kozijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kozijn zijn vastgelegd.