mandarijn
zelfstandig naamwoord ˌmɑndaˈrɛinBetekenis
- een citrusvrucht
- hoge ambtenaar in het keizerlijke China
Hoe spreek je mandarijn uit?
/ˌmɑndaˈrɛin/
Mandarijn bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| a | maan |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Citrus reticulata Citrus reticulata var. 'mandarine' Citrus × tangerina een citrusvrucht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mandarijnen | meervoud |
| mandarijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mandarijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘Chinese ambtenaar’ voor het eerst aangetroffen in 1596
Woordfamilie van mandarijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mandarijnen | meervoud | mandarijn |
| mandarijntje | verkleinwoord | mandarijn |
| mandarijntjes | verkleinwoord meervoud | mandarijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mandarijn zijn vastgelegd.