burijn
zelfstandig naamwoord byˈrɛinBetekenis
- een handsteekbeitel met een vierkante stift waarvan de punt ruitvormig is geslepen, die o.a. wordt gebruikt door de graveur, koperslager en de edelsmid
- een sterrenbeeld zichtbaar aan het zuidelijk halfrond
Hoe spreek je burijn uit?
/byˈrɛin/
Burijn bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| y | fuut |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- handsteekbeitel met een vierkante stift waarvan de punt ruitvormig is geslepen, die o.a. wordt gebruikt door de graveur, koperslager en de edelsmid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| burijnen | meervoud |
| burijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| burijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Frans burin
Woordfamilie van burijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| burijnen | meervoud | burijn |
| burijntje | verkleinwoord | burijn |
| burijntjes | verkleinwoord meervoud | burijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van burijn zijn vastgelegd.