zeug
zelfstandig naamwoord zøxBetekenis
- vrouwelijk varken
- pissebed, kellerassel
- scheldwoord voor een vrouw, waarmee de vrouw met een varken wordt vergeleken
Hoe spreek je zeug uit?
/zøx/
Zeug bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ø | deur |
| x | acht |
zelfstandig naamwoord
- vrouwelijk varken of everzwijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeugen | meervoud |
| zeugje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeugjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands seughe / soog: West-Nederlandse bijvorm van klankwettig sōghe (waaruit nog dial. zoog), met overgang van w > g ontwikkeld uit Oergermaans *sūz (accusatief *suwun), bij Indo-Europees *suH-s (acc. *suH-m̥), cognaat met Nedersaksisch Söög, Duits dialect "Suge" en Fries sûch ; in de betekenis van ‘vrouwtjesvarken’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van zeug
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeugen | meervoud | zeug |
| zeugje | verkleinwoord | zeug |
| zeugjes | verkleinwoord meervoud | zeug |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeug zijn vastgelegd.