varken
zelfstandig naamwoord ˈvɑrkə(n)Betekenis
- een ongemanierd persoon
Hoe spreek je varken uit?
/ˈvɑrkən/
Varken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- tam zwijn, gehouden voor zijn vet en vlees behorend tot de familie Suidae
- iemand die zich ongemanierd, smerig of lui gedraagt pejorative
- spaarpot in de vorm van 1)
- twaalfde dier in de twaalfjarige cyclus van de Chinese dierenriem
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| varkens | meervoud |
| varkentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| varkentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands varken en Oudnederlands farkin; een verkleinwoord op -kin van een Germaanse wortel *farha-, in de betekenis van ‘hoefdier’ voor het eerst aangetroffen in 1155 Verwant aan Latijn porcus «tam varken», Middeliers orc en Pruisisch prastian «big». Gaat terug op Indo-Europees *porḱo-s «big» mogelijk verwant aan een wortel *perḱ- die woelen, openkrabben betekent.
Woordfamilie van varken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| varkentje | verkleinwoord | varken |
| varkentjes | verkleinwoord meervoud | varken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van varken zijn vastgelegd.