tonijn
zelfstandig naamwoord toˈnɛinBetekenis
- een geslacht van snelle oceaanvissen, gewild als consumptievis
- vlees van (1)
Hoe spreek je tonijn uit?
/toˈnɛin/
Tonijn bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| o | boot |
| n | nek |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor snelle oceaanvissen uit het geslacht Thunnus, gewild als consumptievis
- vlees van vissen uit het geslacht Thunnus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tonijnen | meervoud |
| tonijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tonijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands tonijn van Oudfrans tonine, in de betekenis van ‘beenvis’ aangetroffen vanaf 1351
Woordfamilie van tonijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tonijntje | verkleinwoord | tonijn |
| tonijntjes | verkleinwoord meervoud | tonijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tonijn zijn vastgelegd.