brein
zelfstandig naamwoord /brɛi̯n/Betekenis
- het zich in de schedel bevindende orgaan dat het denkvermogen herbergt
- iemand met een goed denkvermogen wiens denken achter een bepaalde organisatie of gebeurtenis te zoeken is
- het verstand, het geestvermogen dat zetelt in de hersenen
- rot
Hoe spreek je brein uit?
/brɛin/
Brein bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| n | nek |
Klinkt hetzelfde als brijn.
zelfstandig naamwoord — neuter
- orɡaan in de schedel dat het denkvermogen herbergt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| breinen | meervoud |
| breintje | verkleinwoord, enkelvoud |
| breintjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands bregen (door palatalisering van de -g- ontstond -ei-), in de betekenis van ‘hersens’ aangetroffen vanaf 1477
Woordfamilie van brein
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| breinen | meervoud | brein |
| breintje | verkleinwoord | brein |
| breintjes | verkleinwoord meervoud | brein |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brein zijn vastgelegd.