gordijn
zelfstandig naamwoord /χɔrˈdɛɪn/Betekenis
- een doek ter afdekking van bijvoorbeeld een raam
Hoe spreek je gordijn uit?
/xɔrˈdɛin/
Gordijn bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| d | dak |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gordijnen | meervoud |
| gordijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gordijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorhangsel’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van gordijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gordijnen | meervoud | gordijn |
| gordijntje | verkleinwoord | gordijn |
| gordijntjes | verkleinwoord meervoud | gordijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gordijn zijn vastgelegd.