mijn
bezittelijk voornaamwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord /mɛi̯n/Betekenis
- van de eerste persoon enkelvoud
- een plaats waar delfstoffen gewonnen worden, onderaards of in een open groeve
- voorwerp gevuld met springstof die ontploffing|ontploft bij aanraking en dergelijke
- plaats voor openbare verkoping bij afslag
Hoe spreek je mijn uit?
/mɛin/
Mijn bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛi | trein |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- voorwerp gevuld met springstof die ontploft bij aanraking en dergelijke
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mijnen
- gebiedende wijs van mijnen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mijnen
Vervoeging van mijn
mijnhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bezittelijk voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van mijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mijntje | woordvorm | mijn |
| mijntjes | meervoud | mijn |
| myn | woordvorm | mijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mijn zijn vastgelegd.