wijn
zelfstandig naamwoord, werkwoord wɛinBetekenis
- alcoholhoudende drank die verkregen wordt door de gisting van druiven
Hoe spreek je wijn uit?
/wɛin/
Wijn bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛi | trein |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord — masculine
- sterke drank met alcoholgehalte van 10 tot 15 procent die verkregen wordt door de gisting van druivensap.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wijnen | meervoud |
| wijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijnen
- gebiedende wijs van wijnen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wijnen
Vervoeging van wijn
wijnhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘sterke drank van gegiste druiven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901.
Woordfamilie van wijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wijntje | verkleinwoord | wijn |
| wijntjes | verkleinwoord meervoud | wijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wijn zijn vastgelegd.