zwijnenhoeder
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een kudde zwijnen hoedt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwijnenhoeders | meervoud |
| zwijnenhoedertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwijnenhoedertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zwijn en hoeder met het invoegsel -en-
Woordfamilie van zwijnenhoeder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwijnenhoeders | meervoud | zwijnenhoeder |
| zwijnenhoedertje | verkleinwoord | zwijnenhoeder |
| zwijnenhoedertjes | verkleinwoord meervoud | zwijnenhoeder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwijnenhoeder zijn vastgelegd.