chirurgijn
zelfstandig naamwoord ʃirʏr'ɣɛɪnBetekenis
- een medisch behandelaar in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd die tevens barbier was
Hoe spreek je chirurgijn uit?
/ʃirʏrˈxɛin/
Chirurgijn bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʃ | sjaal |
| i | riet |
| r | rood |
| ʏ | put |
| x | acht |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| chirurgijnen | meervoud |
| chirurgijns | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘heelmeester’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van chirurgijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| chirurgijnen | meervoud | chirurgijn |
| chirurgijns | meervoud | chirurgijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chirurgijn zijn vastgelegd.