hermelijn
zelfstandig naamwoord ˌhɛrməˈlɛinBetekenis
- Mustela erminea, klein wezelachtig zoogdiertje
- de pels van de hermelijn
Hoe spreek je hermelijn uit?
/ˌhɛrməˈlɛin/
Hermelijn bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| m | maan |
| ə | de |
| l | land |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald klein wezelachtig zoogdier, Mustela erminea masculine
- pels van de hermelijn, Mustela erminea
- wit met gestileerde weergave van zwarte staartjes (andere kleurencombinaties kunnen soms ook voorkomen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hermelijnen | meervoud |
| hermelijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hermelijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands ermelijn, in de betekenis van ‘marterachtige’ aangetroffen vanaf 1287; op te vatten als afgeleid met het achtervoegsel -lijn van hermel zn dat via Middelnederlands hermel teruggaat op Oudnederlands hermilo met het achtervoegsel -lijn
Woordfamilie van hermelijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hermelijntje | verkleinwoord | hermelijn |
| hermelijntjes | verkleinwoord meervoud | hermelijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hermelijn zijn vastgelegd.