schollevaar
zelfstandig naamwoord ˈsxɔləˌvarBetekenis
- die na een duik zijn vleugels moet laten drogen
Hoe spreek je schollevaar uit?
/ˈsxɔləˌvar/
Schollevaar bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| l | land |
| ə | de |
| v | vis |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- pelikaanachtige en visetende zwarte watervogel van het geslacht Phalacrocorax die na een duik zijn vleugels moet laten drogen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schollevaars | meervoud |
| schollevaren | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands schollevaer: samenstelling van schorb/schorf "schrapen" en aern/aren, "arend"; in de betekenis van ‘pelikaanachtige’ aangetroffen vanaf 1287
Woordfamilie van schollevaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schollevaars | meervoud | schollevaar |
| schollevaren | meervoud | schollevaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schollevaar zijn vastgelegd.