ontzet
werkwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ɔntˈsɛtBetekenis
- verjaging van belegerende troepen door een strijdmacht die de belegerden te hulp komt
- heel erg van streek zijn na te zijn geschrokken
- uit het verband gerukt zijn
Hoe spreek je ontzet uit?
/ɔntˈsɛt/
Ontzet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van ontzetten
- gebiedende wijs van ontzetten
- voltooid deelwoord van ontzetten
Vervoeging van ontzet
ontzethele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van ontzetten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van ontzet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontzets | woordvorm | ontzet |
| ontzetst | woordvorm | ontzet |
| ontzetste | woordvorm | ontzet |
| ontzettere | woordvorm | ontzet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontzet zijn vastgelegd.