bajonet
zelfstandig naamwoord bajo'nɛtBetekenis
- een steekwapen bovenop de loop van een geweer
- bajonetsluiting; bevestiging van twee voorwerpen op elkaar door middel van (verende) pennen of nokken op het ene voorwerp, welke in speciale gleuven in het andere voorwerp vallen
- bodák
Hoe spreek je bajonet uit?
/bajoˈnɛt/
Bajonet bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| j | ja |
| o | boot |
| n | nek |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bajonetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bajonetjes | verkleinwoord, meervoud |
| bajonetten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘steekwapen op een geweerloop’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1682
Woordfamilie van bajonet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bajonetje | verkleinwoord | bajonet |
| bajonetjes | verkleinwoord meervoud | bajonet |
| bajonetten | meervoud | bajonet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bajonet zijn vastgelegd.