trompet
zelfstandig naamwoord, werkwoord trɔmˈpɛtBetekenis
- een koperen blaasinstrument met ventielen
- trompet
Hoe spreek je trompet uit?
/trɔmˈpɛt/
Trompet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- koperen blaasinstrument met ventielen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trompetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trompetjes | verkleinwoord, meervoud |
| trompetten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van trompetten
- gebiedende wijs van trompetten
Vervoeging van trompet
trompethele werkwoord
Herkomst
via Middelnederlands trompette van Frans trompette, in de betekenis van ‘blaasinstrument’ aangetroffen vanaf 1350
Woordfamilie van trompet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trompetje | verkleinwoord | trompet |
| trompetjes | verkleinwoord meervoud | trompet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trompet zijn vastgelegd.