banket
zelfstandig naamwoord /bɑŋ'kɛt/Betekenis
- een feestelijke, officiële maaltijd
- een vet en zoet gebak van bladerdeeg dat gevuld is met spijs
Hoe spreek je banket uit?
/bɑŋˈkɛt/
Banket bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een feestelijke en vaak ook officiële maaltijd
- een vet en zoet gebak van bladerdeeg dat gevuld is met spijs [2]
- horizontaal gedeelte in een talud; ook gebruikt als ophoging op het strand tegen de duinvoet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| banketje | verkleinwoord, eerste persoon |
| banketjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| banketten | enkelvoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘feestmaal’ voor het eerst aangetroffen in 1483
Woordfamilie van banket
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| banketje | verkleinwoord, 1e persoon | banket |
| banketjes | verkleinwoord | banket |
| banketten | enkelvoud | banket |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van banket zijn vastgelegd.