fret
zelfstandig naamwoord, werkwoord frɛtBetekenis
- dunne boor met schroefdraad
- metalen richel op de hals van een snaarinstrument (gitaar) waarop de snaar wordt afgeknepen
- fret
- een snaar tegen een fret drukken
- goederen die getransporteerd worden door een schip of trein.
- een te betalen kostprijs voor het vervoer van goederen door een schip.
Hoe spreek je fret uit?
/frɛt/
Fret bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord
- bepaald soort klein marterachtig zoogdier, Mustela putorius furo
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fretje | verkleinwoord |
| fretjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| fretten | enkelvoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van fretten
- gebiedende wijs van fretten
Vervoeging van fret
frethele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] fret | canonical |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] fret | canonical |
| fretje | verkleinwoord |
| fretjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| fretten | enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [C] fret | canonical |
| fretje | verkleinwoord |
| fretjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| frets | enkelvoud |
| fretten | enkelvoud |
Woordfamilie van fret
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fretje | verkleinwoord | fret |
| fretjes | verkleinwoord | fret |
| frets | enkelvoud | fret |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fret zijn vastgelegd.