verzet
zelfstandig naamwoord, werkwoord vərˈzɛtBetekenis
- handelingen gericht tegen de heersende macht of de aanvallende vijand alsmede de personen die die handelingen uitvoeren (de verzetsbeweging)
- de van de stand van de versnellingen afhangende afstand in meters (verplaatsing) die wordt afgelegd als de pedalen van een fiets één keer rondgaan
- (stam van verzetten) verplaatsing b.v. grondverzet, waterverzet
Hoe spreek je verzet uit?
/vərˈzɛt/
Verzet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| z | zon |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- weerstand tegen bepaalde psychologische, emotionele inzichten
- verplaatsing b.v. grondverzet, waterverzet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| verzetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| verzetjes | verkleinwoord, meervoud |
| verzetten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van verzetten
- gebiedende wijs van verzetten
- voltooid deelwoord van verzetten
Vervoeging van verzet
verzethele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘tegenstand’ voor het eerst aangetroffen in 1850