met
voorzetsel, zelfstandig naamwoord mɛtBetekenis
- en daarbij
- in gezelschap van
- als partner hebbende
- als gevoel hebbende
- na, als gevolg van
- gelijktijdig met, tijdens
- ter gelegenheid van
- gebruik makend van, door middel van, met behulp van
- arch. stukjes die overblijven bij het snijden van grotere stukken vlees.
- ontmoette, ontmoet (in bv. heb ontmoet).
- onvoltooid verleden tijd of voltooid deelwoord van meet (ontmoeten)
- mede
- slingerbeweging van de benen tijdens het sporten op een toestel
- gooi, worp
- hod
Hoe spreek je met uit?
/mɛt/
Met bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛ | bed |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (voorzetsel)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] met | canonical |
zelfstandig naamwoord — neuter
- voedsel dat halverwege de dag wordt gegeten obsolete