boeket
zelfstandig naamwoord buˈkɛtBetekenis
- een bos snijbloemen, vaak sierlijk gerangschikt en aan elkaar gebonden om in een vaas te kunnen zetten
- aroma
Hoe spreek je boeket uit?
/buˈkɛt/
Boeket bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| u | boek |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boeketje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boeketjes | verkleinwoord, meervoud |
| boeketten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bloemruiker’ voor het eerst aangetroffen in 1698
Woordfamilie van boeket
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boeketje | verkleinwoord | boeket |
| boeketjes | verkleinwoord meervoud | boeket |
| boeketten | meervoud | boeket |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boeket zijn vastgelegd.