loket
zelfstandig naamwoord loˈkɛtBetekenis
- een met glaswerk ed. beveiligd doorgeefluik in een scheidingswand of als deel van een balie, voor veilig afhandelen geldtransacties, kaartverkoop etc
- een kleine ruimte of klein vak of hokje in een kast, een schrijfbureau etc.
Hoe spreek je loket uit?
/loˈkɛt/
Loket bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| o | boot |
| k | kat |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- virtuele plaats waar men op een veilige manier geldtransacties, kaartverkoop e.d. kan afhandelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| loketje | verkleinwoord, enkelvoud |
| loketjes | verkleinwoord, meervoud |
| loketten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘doorgeefraampje’ voor het eerst aangetroffen in 1380
Woordfamilie van loket
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| loketje | verkleinwoord | loket |
| loketjes | verkleinwoord meervoud | loket |
| loketten | meervoud | loket |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loket zijn vastgelegd.