zet
zelfstandig naamwoord, werkwoord /zɛt/Betekenis
- een beweging waarbij iets verplaatst wordt, een duw of stoot
- een handeling gedurende een spelbeurt
Hoe spreek je zet uit?
/zɛt/
Zet bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɛ | bed |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zetjes | verkleinwoord, meervoud |
| zetten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van zetten
- gebiedende wijs van zetten
Vervoeging van zet
zethele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van zetten.
Woordfamilie van zet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zetje | verkleinwoord | zet |
| zetjes | verkleinwoord meervoud | zet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zet zijn vastgelegd.