wet
zelfstandig naamwoord, werkwoord /wɛt/Betekenis
- een door de overheid opgestelde regel
- vaste, op waarneming gegronde regel, waarmee een verschijnsel wordt verklaard
- religieuze levensregels en voorschriften
- nat
Hoe spreek je wet uit?
/wɛt/
Wet bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als wed.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wetjes | verkleinwoord, meervoud |
| wetten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van wetten
- gebiedende wijs van wetten
Vervoeging van wet
wethele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘rechtsregel’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van wet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wetje | verkleinwoord | wet |
| wetjes | verkleinwoord meervoud | wet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wet zijn vastgelegd.