cabaret
zelfstandig naamwoord /ˌkɑbɑˈrɛ(t)/Betekenis
- kleinkunst, vermaak met toneel, zang, dans, en voordracht
- gelegenheid waarbij cabaret1 opgevoerd wordt
- een kleinkunst, vermaak met toneel, zang, dans, en voordracht.
- de gelegenheid waar cabaret opgevoerd wordt.
- kroeg, klein café.
Hoe spreek je cabaret uit?
/ˌkɑbɑˈrɛt/
Cabaret bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| b | bak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- gelegenheid waarbij cabaret[1] opgevoerd wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cabaretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| cabaretjes | verkleinwoord, meervoud |
| cabarets | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘amusementsgenre’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1914
Woordfamilie van cabaret
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cabaretje | verkleinwoord | cabaret |
| cabaretjes | verkleinwoord meervoud | cabaret |
| cabarets | meervoud | cabaret |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cabaret zijn vastgelegd.