bezet
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord bə'zɛtBetekenis
- gedomineerd door de aanwezigheid van een vreemd leger
- bezig, niet beschikbaar
Hoe spreek je bezet uit?
/bəˈzɛt/
Bezet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van bezetten
- gebiedende wijs van bezetten
- voltooid deelwoord van bezetten
Vervoeging van bezet
bezethele werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
- ruim voorzien van
Herkomst
*vervoeging van bezetten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van bezet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezets | woordvorm | bezet |
| bezetst | woordvorm | bezet |
| bezetste | woordvorm | bezet |
| bezettere | woordvorm | bezet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezet zijn vastgelegd.