falset
zelfstandig naamwoord fɑlˈsɛtBetekenis
- het hoogste register van de menselijke stem, waarbij alleen de randen van de stembanden bij de trilling betrokken zijn
Hoe spreek je falset uit?
/fɑlˈsɛt/
Falset bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| l | land |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| falsetten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘stemregister’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1564
Woordfamilie van falset
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| falsetten | meervoud | falset |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van falset zijn vastgelegd.