bed
zelfstandig naamwoord bɛtBetekenis
- een meubel gemaakt om in te slapen
- afgeperkte en/of verhoogde plaats in een tuin, waarop bloemen of gewassen gekweekt worden
- bedding van een rivier/ onderlaag van een weg
- plaats in een verpleeginrichting
- perk
Hoe spreek je bed uit?
/bɛt/
Bed bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als bat, bet, bête.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bedden | meervoud |
| bedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bedjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
in de betekenis van ‘slaapplaats’ voor het eerst aangetroffen in 1100
Woordfamilie van bed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedje | verkleinwoord | bed |
| bedjes | verkleinwoord meervoud | bed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bed zijn vastgelegd.