pipet
zelfstandig naamwoord piˈpɛtBetekenis
- een instrument waarmee heel precieze hoeveelheden vloeistof kunnen worden afgemeten door de vloeistof erin op te zuigen, meestal een in het midden verwijde en spits uitlopende glazen buis
- rietje (dun drinkbuisje)
Hoe spreek je pipet uit?
/piˈpɛt/
Pipet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| i | riet |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pipetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pipetjes | verkleinwoord, meervoud |
| pipetten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘glazen buis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1869
Woordfamilie van pipet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pipetje | verkleinwoord | pipet |
| pipetjes | verkleinwoord meervoud | pipet |
| pipetten | meervoud | pipet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pipet zijn vastgelegd.