tablet
zelfstandig naamwoord taˈblɛtBetekenis
- pastille, pil
- plak 2
- houten of glazen plaat, meestal gebruikt om iets af te werken
- platrond voorwerp dat een bepaalde werkzame stof (zeep, schoonmaakmiddel e.d.) bevat
- kleitablet
- kweekbak die wordt geplaatst in een kas (3)
- een platte computer die vrijwel alleen bestaat uit een aanraakbaar beeldscherm
- tablet 1, pil, pastille
- tablet 5, kleitablet
- tabletcomputer, tablet
Hoe spreek je tablet uit?
/taˈblɛt/
Tablet bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| a | maan |
| b | bak |
| l | land |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- plak [2]
- kweekbak die wordt geplaatst in een kas ([3])
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tabletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tabletjes | verkleinwoord, meervoud |
| tabletten | meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tablets | meervoud |
| táblet | canonical |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plak, pastille’ voor het eerst aangetroffen in 1680
Woordfamilie van tablet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tabletje | verkleinwoord | tablet |
| tabletjes | verkleinwoord meervoud | tablet |
| tablets | meervoud | tablet |
| tabletten | meervoud | tablet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tablet zijn vastgelegd.