set
zelfstandig naamwoord sɛtBetekenis
- klein aantal bij elkaar passende voorwerpen die samen een geheel vormen
- ronde in een wedstrijd
- plaats waar filmopnamen gemaakt worden
- verzameling
- stoel
- zeven
- afstellen
- ronde in een wedstrijd in bijvoorbeeld tennis, tafeltennis en volleybal
- aantal bij elkaar passende voorwerpen die samen een geheel vormen
- sada
- hra
- een vloek van ergernis
Hoe spreek je set uit?
/sɛt/
Set bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɛ | bed |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- optreden op een muziekfestival
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| setje | verkleinwoord, enkelvoud |
| setjes | verkleinwoord, meervoud |
| sets | meervoud |
Herkomst
van Engels set zn **[2]: in de betekenis van ‘deel van tennispartij’ voor het eerst aangetroffen in 1908
Woordfamilie van set
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| setje | verkleinwoord | set |
| setjes | verkleinwoord meervoud | set |
| sets | meervoud | set |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van set zijn vastgelegd.