crisisjaar
zelfstandig naamwoord ˈkrizɪsˌjarBetekenis
- kalenderjaar waarin er een ernstige noodsituatie was
- jaren 30 van de 20e eeuw, toen er een wereldwijde economische depressie was
Hoe spreek je crisisjaar uit?
/ˈkrizɪsˌjar/
Crisisjaar bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| i | riet |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| j | ja |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- kalenderjaar waarin sprake is/was van een ernstige noodsituatie
- : jaren 30 van de 20e eeuw, toen er een wereldwijde economische depressie was plural
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| crisisjaren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van crisis zn en jaar zn