zetboer
zelfstandig naamwoord ˈzɛdburBetekenis
- iemand die voor de eigenlijke eigenaar een boerderij beheert. De zetboer voert beheer over het land, de behuizingen, de levende have (vee) en de goederen; hijzelf heeft geen eigendommen in het bedrijf.
Hoe spreek je zetboer uit?
/ˈzɛdbur/
Zetboer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɛ | bed |
| d | dak |
| b | bak |
| u | boek |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die voor de eigenlijke eigenaar een boerderij beheert De zetboer voert beheer over het land, de behuizingen, de levende have (vee) en de goederen; hijzelf heeft geen eigendommen in het bedrijf.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zetboeren | meervoud |
| zetboertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zetboertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zet ww en boer
Woordfamilie van zetboer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zetboeren | meervoud | zetboer |
| zetboertje | verkleinwoord | zetboer |
| zetboertjes | verkleinwoord meervoud | zetboer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zetboer zijn vastgelegd.