zetstuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een los, verplaatsbaar decorstuk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zetstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zetstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| zetstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zetten ww en stuk zn
Woordfamilie van zetstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zetstukje | verkleinwoord | zetstuk |
| zetstukjes | verkleinwoord meervoud | zetstuk |
| zetstukken | meervoud | zetstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zetstuk zijn vastgelegd.